Er zijn 20 ploegleiders die in de oren van de renners schreeuwen dat ze, kosten wat het kost, naar voeren moeten. 200 renners die willen winnen. 5 miljoen Vlamingen die hun idool willen zien winnen. 100 Miljoen mensen die willen zien hoe Cancellara juigt. Maar, er is maar 1 Ronde van Vlaanderen.

Er is maar 1 kans. Alles kan in 1 seconde ook voorbij zijn. In een oogblink kan een winter voorbereiding naar de knoppen worden geholpen. Eén moment van onopellettendheid en je ligt met je snufferd op het asfalt.

Vallen en wielrennen horen bij elkaar. Als je niet van vallen houdt, moet je maar geen wielrenner worden. Het is geen sport voor mietjes. Met 60 km/uur in een lycra pakje, rakelings langs palen en obstakels schieten. Je moet het maar doen.

0ac17006-be47-11e3-951c-0352aa48e3c9_web_scale_0.3515625_0.3515625__

Devolder valt in de Ronde van Vlaanderen 2014 (bron: nieuwsblad.be)

Wordt er nu meer gevallen dan pakweg 20 jaar geleden? Valt het meer op omdat de tv alles vast legt? Is het zenuwachtiger? Zijn er te veel verkeersobstakels? Pushen de ploegleiders te veel? Is de druk voor de renners te hoog? Zijn de punten te belangrijk? Zijn de renners te onvoorzichtig geworden?

“Er willen 80 renners op de eerste rij rijden, en dat past niet.”

Volgens mij is er maar 1 probleem. Er willen 80 renners op de eerste rij rijden, en dat past niet. En over de oorzaak kun je nog wel jaren praten. Maar dat lost niets op. We kunnen wel valtrainingen organiseren, maar leer de renners eerst maar fietsen. Zodat ze niet vallen.

Het probleem waar het wielrennen al jaren mee kampt is de ontzettend grote, en geproffesionaliseerde top. Hardstikke leuk, dat proffesionele wielrennen. Maar hierdoor kweek je specialisten. Er zijn 20 renners die top-5 willen, en kunnen, rijden in de klassiekers. Er zijn er nog eens 30 die top-10 willen, en kunnen, rijden.

Elke renner heeft 1 moment in het jaar dat ‘ie top is. Er zijn dus 20 renners die vinden dat zij moeten winnen. Of het nu gaat om de Tour, Luik Bastenaken Luik of de Ronde van Vlaanderen. De specialisten zijn overal te vinden.

Er zijn dus eigenlijk gewoon te veel goede renners voor 1 Ronde van Vlaanderen. Er is te weinig plek in het peloton voor al die sterke renners. De top is té breed en té gespecializeerd op één soort wedstrijd. De belangen zijn te groot geworden. De druk om te presteren is ondoenlijk. Dat renners ongeoorloofde risico’s nemen is niet meer dan normaal. Je moet wel, anders val je buiten de boot.

Tot slot: “wie goed is, die valt niet”

Wouter